Vorige week schreef ik dat de Indo’s in mijn ogen de oudste groep vluchtelingen is in Nederland, inmiddels ruim 75 jaar hier. Ik benoem hoe hun migratie probleemloos heet te zijn verlopen. Zegt men nú. En dat zij hun stinkende best hebben gedaan om te integreren en zich hier aan te passen.
Is er iets dat we kunnen leren van hun migratie? Is het een modelmigratie?
Ik deel graag een foto met jou van mijn familie: mijn opa en oma, vader en ooms en tantes. Hij moet niet lang na hun komst in Nederland (1948) zijn gemaakt. Best een grappige foto, toch? Of is het misschien ook méér dan dat?
In de loop van de jaren ben ik er méér in gaan zien. Als ik er nu naar kijk, zie ik de paradox van schurende identiteiten. En komt de vraag in me op hoe het voor hen is geweest om hier in een totaal ander, nieuw leven te stappen. Pas toen ik al lang volwassen was, kreeg ik hier wat antwoorden op, afkomstig van de generatie boven mij. Het waren er slechts een paar en heel klein, maar toch voor mij ook duidelijk.
Zo antwoordde een tante op mijn vraag “Hoe voelt u zich hier, van binnen?” wijzend naar mijn hart: “Nederland is mijn land, maar mijn hart is daar”. Zonder na te hoeven denken, wijzend met haar hand in den verre. Mijn tante die volledig was geïntegreerd, inmiddels op hoge leeftijd en met (klein)kinderen hier. Ook ik had vervolgens een directe reactie: ik besefte dat ik dit onbewust in mijn jeugd altijd bij hen had aangevoeld. Een wonderlijk moment: verrassend en tegelijkertijd vertrouwd.
Ik maak een sprong in de tijd. Een client uit Maleisië van mij vertelt over de opbouw haar leven hier in Nederland. Ze vertelt me erover zittend aan een tafel met behulp van poppetjes en ander materiaal. Over hoe ze enorm haar best deed om mee te doen en erbij te horen. En hoe ze dat (eigenlijk) als een harnas ervaarde. En daarom op een gegeven moment besloot om haar eigen cultuur weer dichterbij te halen. En dat ze merkte hoe goed haar dit deed: ze voelde zich weer completer. Iets dat haar hielp om daarna haar weg anders en vrijer te vervolgen hier in Nederland.
Twee ervaringen: van de Indo’s als oudste migrantengroep en van deze cliënt. De Canadese hoogleraar/psycholoog John Berry deed hier baanbrekend onderzoek naar. Wat bleek? Mensen die dubbel verbonden zijn, functioneren het best. Dus zowel met de cultuur van hun nieuwe land (host culture) als die van hun thuisland (heritage culture). Ze hebben minder last van angst, depressie en psychosomatische klachten. Ze voelen zich niet alleen beter, maar ze doen het ook beter in de samenleving.
Dit heet ‘integratie’. Het is een woord waar heel veel misverstand over bestaat, zowel bij migranten zelf als bij het ontvangende land. Dit is de basis waaruit In Between Counselling werkt.
PS Wil je meer lezen over mijn verrassende mini-inkijkjes? Ik schreef er een artikel over in de Indah (juni/juli 2026):
https://inbetweencounselling.nl/blog/2026/06/11/artikel-in-indah-leven-tussen-twee-culturen/
