Dit is het laatste gedeelte over mijn reis. Wellicht is dit het eerste blog dat je daarover leest of heb je ze allemaal gelezen. Ik wil je in ieder geval bedanken voor het lezen over mijn reis. Ik ben alweer een tijdje terug in Nederland. Hoe kijk ik nou terug op deze reis? Wat heeft die mij gebracht en heeft die nog voor betekenis in mijn leven nú? 

Misschien denk je over het vinden van een graf: “Tja…die interesse heb ik niet”. Of: “Ik heb ook nooit het graf gezien van mijn overgrootvader”. Ik ook niet aan mijn Nederlandse kant. Ik begrijp dat volkomen. Hetzelfde kun je zeggen van familie zo ver weg in de stamboom. Dus wat maakt deze graven en familie voor mij dan zo belangrijk? De reden is dat deze plekken en mensen voor mij de enige ‘eigen’ dingen zijn dáár. In Nederland heb ik zoveel meer: hier heb ik zoiets niet nodig. Dat geldt ook voor de herkenning van mij als Chindo. 

Wat deze dingen me gegeven hebben is dat mijn líjf nu weet dat ik daar vandaan kom, een zoveel dieper weten dan ‘van horen zeggen’ (en mijn huidskleur). Alsof er in mij altijd iets van een leemte zat. Het maakt dat ik nu meer stevigheid voel en duidelijker weet waar het voor mij om gaat. Iemand vatte dit samen met: “geworteld en stromen”. Die samenvatting was in de roos! Nu was het beslist niet zo dat er voorheen niets was. Rond mijn veertigste besefte ik dat ik (naast Nederlands ook) Indisch ben, waarna ik me daar steeds meer mee identificeerde. Dát stuk heeft daar wortels gekregen.

Ook begrijp ik mijn vader beter en kan ik me postuum beter met hem verbinden. Ik koester mijn nacht in de jungle, waar ik besefte welke rijkdom hij in zich droeg zonder dat ik dat besefte. En waar ik openbrak, en huilde en huilde. “Therapie”, zei mijn zus zo raak later over dit moment.

Betekent dat dan ook dat ik thuis ben geweest? Dat is een goeie en een wat ingewikkelde vraag. De naam ‘land van papa’ is eigenlijk een emotionele naam. Dat land bestaat immers niet meer: Indonesië is een ander land dan het voormalig Nederlands-Indië. En het is in dat oude Indië waar mijn wortels liggen. Een dierbare, oude Indische meneer appte me hierover zo mooi: “een land dat alleen nog maar in ons hart bestaat”. Het verlies van dat land voelt daardoor als een dubbel verlies. Ik bezocht de plek waar het geografisch was, met de overweldigende natuur en diversiteit aan culturen. Geen ‘eigen’ land meer om naar toe te gaan, en toch was dit een geweldige ervaring. 

En hoe voelde ik mij naar de (volbloed) Indonesiërs? Ik voelde dat we een gezamenlijk verleden hebben en herkende iets van hen in mijn (gemengdbloedige) familie: de zangerige stem, tongval, het type man, bouw, lichaamstaal. Daardoor begreep ik mijn familie beter: het klopte dat ze zo waren. Maar in de Indonesiërs herkende ik me niet echt. Dat gevoel had ik weer toen ik in het vliegtuig terug om me heen keek en de (gemengdbloedige) Indische mensen zag zitten. Toen besefte ik: ja, híer identificeer ik mij mee.

Dus betekent dat dat ik thuis ben geweest? Nee, maar ik ben wél meer thuisgekomen in mijzelf: geworteld. Het was een onvergetelijke reis. Niet alleen door de mooie herinneringen, maar vooral omdat ik voelbaar de verandering in mij draag.