En eindelijk istie daar dan, die dag. De deur trek ik achter me dicht. Met welk gevoel zal ik terugkeren naar mijn zo geliefde huis, vraag ik me af? Ik geef de logge bagage’toren’ een zwiep en rol ‘m achter me aan naar de bushalte.

Mijn reis is begonnen. De reis waar mijn leven op heeft gewacht. Waarvan ik me lang niet kon voorstellen dat ik ‘m ooit zou maken en waar ik de laatste jaren intens naartoe heb gewerkt.

Waarop ik dan gewacht heb? Dat is de grote vraag. Voor tranen bij aankomst? Voor een “tja, best mooi hier, maar het doet me eigenlijk niks”? Innerlijk sta ik open voor alles. De overtuiging dat ik deze reis te maken heb, is in dit al allesoverheersend.

Ik maak het mijzelf niet makkelijk. Eerst een rondreis van een paar weken met een groep. Een rondreis vind ik smullen, maar een groep…? Daarna een week alleen voor een privé-zoektocht. Ja, weliswaar met chauffeur en gids, maar tóch. Ook mijn gevoel van avontuur is allesoverheersend.

Op Schiphol ontmoet ik de andere groepsleden. Allemaal stralende gezichten, de zin spat ervan af. Stuk voor stuk Indische mensen en partners, eerste én tweede generatie. De groep voelt eigenlijk direct goed.

Eenmaal door de lange reeks controles, gaan we door de douane. Bij het uiteindelijk instappen worden we verwelkomd door Indonesische stewardessen. Het voelt als een klein voorproefje. Er wacht me een lange reis en ik installeer me. Nu gewoon zitten en die overbruggen. Maar dan word ik aangesproken door een van de stewardessen. Enigszins verontschuldigend zeg ik: “I don’t speak bahassa”. En direct tegen een reisgenoot, glunderend: “Ze spreekt bahassa tegen me!”. Verwonderd realiseer ik me ze er blijkbaar vanuit gaat dat ik ‘een van hen’ ben.

En dan, na heeel veel uren, mag ik van een reisgenoot aan het raam zitten. “Omdat het jouw eerste keer is”. Onbeschrijflijk om ‘het’ onder mij te zien naderbij komen. Iets van de werkelijkheid waar ik zo naar uitkeek steeds meer naderbij te zien komen. Onder me voel ik hoe de wielen de grond aantikken en we uiteindelijk tot stilstand komen. We zijn er…

Ik voel de uitgelatenheid in de groep. We zíjn er. Opnieuw staat ons van alles te doen. We zetten voet op Indonesische grond. Ik kijk m’n ogen uit. De vluchthaven is totaal anders dan ik had verwacht. Lange afstanden leggen we af. En dan plots realiseer ik me dat ik geen tranen heb. Als ik even hierbij stilsta, merk ik dat ik me heel rustig voel van binnen. Opvallend rustig. Het klopt dat ik hier ben.

Lees hier het volgende deel van mijn verhaal.