Onze rondreis over Sumatra nadert zijn einde. Afscheid van dit prachtige eiland hangt in de lucht, een plek waar nog zoveel ongerept is. In bijna 2 weken legden we ongeveer 800 km af. Al die kilometers landschap voorbij zien komen was een belevenis op zichzelf. Met als vaste prik steeds weer verrassende eetplekken. Wat bijvoorbeeld te denken van een bamboe restaurant in de middle of nowhere en met uitzicht op de sawah’s? Ik eet met overgave driemaal daags warm en schep steevast tweemaal op (thuis zie ik wel weer verder😊). Het eten is deels bekend en deels onbekend, maar voelt vertrouwd. Eten dat meer is dan eten alleen. 

Na de afscheidsmaaltijd met onze gids en chauffeurs vliegen we in alle vroegte van Padang naar Jakarta om nog een aantal dagen Java aan te doen. De vlucht naar dit meest nabije grote eiland duurt 2,5 uur. Ik verheug me erop een ander deel te zien van dit immense land.

In Jakarta (de hoofdstad met rond de 11 miljoen inwoners) komen we aan in een totaal andere wereld: met brede groene lanen, straatborden, perken en wolkenkrabbers. Maar al snel zie ik ook hier schrijnende armoede. Anders dan op Sumatra: daar te midden van schoonheid en verbonden; hier anoniem, verloren en een vieze en krioelende metropool (met smog). Dit voelt schrijnender. We bezoeken de Kota Tua (oud Batavia, Maleis voor ‘oude stad’) en zien historische gebouwen uit de koloniale tijd. Ook doen we Sunda Kelapa aan, één van de oudste havens van Indonesië van waaruit uiteindelijk Jakarta is ontstaan. Het voelt goed om dit epicentrum aan te tikken van het oude Nederlands-Indië, het land van toen. 

Daarna vertrekken we naar Bogor, het toenmalige ‘Buitenzorg’, dat ik ken uit verhalen van vroeger. Door de hogere ligging en het koelere klimaat was het een geliefd toevluchtsoord voor de gegoede burgers om de hitte te ontvluchten. We bezoeken er de beroemde Kebun Raya (Maleis voor ‘grote tuin’). De tuin -met ruim 1.5000 soorten planten en bomen op 87 hectare- is een lust om in te zijn, met oogstrelende schoonheid en geregeld ook oorstrelende (krekel)geluiden. Een van de gidsen, een jonge Indonesische vrouw, heeft door dat we als groep bij elkaar horen. “Where do you come from?”, vraagt ze geïnteresseerd. Als één van ons vertelt dat we daar wortels hebben glimt ze, alsof ze aangenaam verrast is. Ze lijkt zich niet bewust van ons gezamenlijk verleden… 

En dan is het tijd dat ikzelf afscheid neem van de groep. Morgen reist de groep terug naar Nederland, morgen begin ik aan mijn privé-week. Diep dankbaar, omdat ik me in deze groep zo ingebed en gedragen heb gevoeld. Ik realiseer me hoe helpend dit is geweest om me te kunnen openstellen en te laten raken. Bij dit afscheid is er ook een ander gevoel… Een reisgenoot zegt me opnieuw: “Moedig dat je dit gaat doen”. En ja, dat is precies zoals ik me voel. Wat staat me te wachten?


Dank jullie wel voor onze geweldige tijd samen, Brenda, Daisy, Ed, Ineke, Jaap, Odette, Simone en Sini!  


Wil je meer lezen over deze reis? Lees dan de verslagen in het Indische maandbladen Moessson (nov. 2025), Indah (febr./mrt. 2026) en Pelita (dec. 2025).