“Ik ben in Indonésië!”. Nog steeds kan ik het niet echt geloven. Na een verrassend goede nacht drentel ik door die mooie tuin naar de eetzaal. Wat een weidsheid hier. Het ontbijtbuffet is een lust voor het oog. Waar te beginnen? Mijn smaakpapillen dansen op de rijke smaken van al dit ‘anders’, terwijl ik ondertussen geniet van het open zicht op de tuin en de aangename warmte. Het is gezellig om iedereen weer te zien. Casual delen we persoonlijke verhalen. En dan is het tijd om in te stappen.
Onze rondreis start met een tour door Medan. Onder ons krioelen de betjaks wonderlijk gestapeld met goederen, scooters met eveneens torens aan waren en halve gezinnen, en trucks met mensen op het dak. Daarachter worden mijn ogen getrokken door eenzelfde eyecatcher: huisjes, panden, kraampjes en winkeltjes. Op zich hebben we er prachtig zicht op, tegelijkertijd weten we niet waar te kijken. De chaos is compleet. Ondertussen horen we brokjes informatie van onze gids. Zo telt Indonesië 700 dialecten, 1.300 erkende etnische groepen en 17.000 eilanden: een omvang en diversiteit die ik niet bevroedde en waar ik me geen voorstelling van kan maken.
We bezoeken diverse musea, een horeca uit de Nederlandse tijd, kleurenprachtige panden met geschiedenis in de gemeenschap, een school en meer. Historie en het hedendaags leven wisselen elkaar af.
Hoogtepunt is het bezoek aan persoonlijke rootsplekken van een aantal reisgenoten. Zo begraaft een van ons een haarlok van haar vader in de grond vlakbij het huis waar hij als kind woonde. Vult een ander een zakje met geboortegrond. Door een verlaten en armoedige kampung en langs spelende kinderen, lopen we naar de plek waar vroeger de Jappenkampen Pulau Brayan en Gloegoer gelegen waren. Bij hoge uitzondering (en dankzij een actie van onze Indonesische gids) gaat de deur van de watertoren open: vroeger werden hier de rantsoenen uitgedeeld. Open en kwetsbaar delen we hier de persoonlijke familiegeschiedenis van een aantal van ons met deze plek. Zij leggen een krans, onze voorzitter houdt een toespraak. De tijd staat stil. Het voorrecht dit samen mee te mogen maken voel ik in al mijn vezels.
Omgeven worden door mensen die net als ik wortels in Nederlands-Indië hebben, geeft een vanzelfsprekendheid in het contact. Elke dag opnieuw. Dwars door alles heen van wat we zien en doen, vindt uitwisseling plaats. Bijvoorbeeld over: wat heb jij aan herinnering? Wat heb jij aan verhalen gehoord? Wanneer ben jij terug geweest en hoe heb je dat ervaren? Wat heeft het in de loop van jouw leven betekend om Indisch te zijn? We begrijpen elkaar, lachen om dezelfde Indische woordjes. Dit is geen toeristische reis, dat is een ding dat zeker is. Maar wat het dan wèl is? Daarover vertel ik je graag meer in mijn vervolg.
