Na Medan vervolgen wij onze reis op Sumatra. Over kronkelige en soms kuilige wegen, van vlak tot klimmend. Het landschap verandert onder onze ogen. We rijden langs oude plantages, zien voormalige dienstwoningen. Als onverwachte bonus zijn we welkom bij een traditionele Batak uitvaart, waar in de open lucht samen wordt gegeten en gedanst. De diversiteit is overweldigend, elke seconde gevuld met beleving. Ik zit in een flow, zonder onderbreking. Tót we de jungle bezoeken.
Over een wiebelige hangbrug boven een brede, klotsende rivier bereiken we onze ecolodge. Ruimtelijk van opzet, met veel groen, geheel van bamboe. In de naast gelegen ’s werelds grootste recycling village* krijgen we een presentatie over dit geweldige project. De veelheid aan activiteiten, allemaal ter bescherming van de natuur, is indrukwekkend. En dan ook nog met zoveel jonge mensen afkomstig uit verschillende landen, die zich hier inzetten… Wat een voorrecht om hier te zijn en deze plek te leren kennen!
En dan volgt een moment waar ik speciaal naar had uitgekeken: ik mag bomen planten om het regenwoud te ondersteunen. Een jonge Indonesische vrouw reikt mij de jonge boompjes aan. Mijn voet stoot de schop in de aarde, mijn hand drukt de vochtige grond aan, mijn vingers hangen de kaartjes erin die ik thuis al had geschreven. Voor mijn vader “Thuisgebracht in eigen grond” en voor mijzelf “Geworteld in eigen grond”. Al schrijvend had ik eerder gevoeld: dit is waar de reis over gaat. Met de vrouw naast mij deel ik iets over mijn roots in Indonesië, waar ik aan toevoeg “toen het nog koloniaal eigendom was van Nederland”. In hoeverre ze dat laatste begrijpt weet ik niet, maar ze resoneert warm met mij mee. Als een stille getuige van dit intieme moment. Mijn lijf voelt -in alle rust- hoe deze planting klopt.
Geïnspireerd en vervuld betreed ik aan het einde van de dag mijn kamer. Omhuld door de aardse schoonheid van bamboe voel ik me indalen. Ik vlij mij onder de bescherming van de grote klamboe, ’thrilled’ over dit nachtje in de jungle. Mijn oren horen de krekels, het klotsen van de rivier: als een weldadige douche voor mijn zintuigen. En dan wordt het stil in mij, heel stil. Ik voel hoe mijn ogen zich vullen met vocht, een traan loopt langzaam over mijn wang. “Dít dus. Dít is het land van papa. En ik had geen idee: van de immensheid van dit land, de schoonheid, de diversiteit van alle culturen naast elkaar. Dít dus is de rijkdom die papa in zich meedroeg. En ik had geen idee…”. Er wellen meer tranen van steeds dieper in mij. Ik huil vanuit mijn tenen en met mijn hele lijf. Daar in de donkerte van de nacht in de jungle begrijp ik postuum mijn vader beter. Heb het gevoel dat ik me beter met hem kan verbinden… Buiten zingen de krekels en klotst de rivier.
* Wil je meer weten over dit prachtige project? Klik dan hier.
