In mijn vorige blog heb ik je meegenomen in de start van mijn reis. Dit is hoe het verder ging.

Over glanzende vloeren, langs veel grotere billboards dan ik ken en mooie miniaturen begeven we ons naar onze volgende etappe. Als een vanzelfsprekend convooi, op naar onze volgende 1400 km. Na 2,5 uur landen we in Medan, onze eindbestemming.

Het is hier kleiner en rustiger. Ik heb het gevoel dat ik in het echte Indonesië ben aangekomen. We doorlopen er dezelfde riedel met onze bagage en zoeken ons een weg naar de uitgang. En dan zomaar worden we in de verte een groepje mensen gewaar. Ze staan er met een spandoek. Als we dichterbij komen, zien we hun glimlachende gezichten en de tekst op het spandoek: Selamat Datang Medan Heritage Foundation (vertaald: welkom, Medan Heritage Foundation). Arriveren is fijn, maar dan ook nog zó welkom geheten te worden door onze gids en reisorganisatie…

Ze begeleiden ons naar buiten, waar een bus op ons staat te wachten. Voor het eerst maakt mijn huid contact met de Indonesische lucht en temperatuur. Warm, maar niet té. We stappen in onze bus die ons de komende weken naar onze bestemmingen op Sumatra brengt. Moe ploffen we neer. Door een microfoon stelt onze gids zichzelf, de chauffeur en assistent aan ons voor. Gelukkig in redelijk goed Engels. Mijn hart glimlacht bij de warme vriendelijkheid van deze Indonesische mensen. Het voelt direct goed: de omgeving van deze bus, dit team. Als een Rumah Kita (ons huis).

We rijden naar ons eerste hotel. Gelukkig niet ver weg, aan de rand van Medan. Ondanks de korte afstand zijn de ah’s en oh’s niet van de lucht bij wat we voorbij zien komen. Prachtige panden naast krotten waar je je van afvraagt of er iemand woont. Scooters, betjaks, mensen die eetwaar aanbieden. Alles lukraak voor elkaar. Mijn eerste kennismaking met het leven daar van alledag.

Dan draait de bus een groot terrein op. Na een klimmende slingerweg door een prachtige tuin met een vijver stoppen we bij een groot, bamboe gebouw. Het is zover: we zijn er! Het is uitstappen geblazen.

Gelukkig hebben we tijd om even te landen op onze kamers. Lopend door de tuin op weg naar het gebouw waar we eten, ‘vieren’ we deze plek. En dan wacht ons een volgende verrassing. Op de trappen van het gebouw treffen we Indonesische danseressen. Ze dansen ons welkom, in vol ornaat. Origineel, hoor ik later. De lucht vibreert. Ik ben in het land van papa. Alles klopt.